Het bestuurUit het bestuurgeklapt ......

Een koor kan niet 25 jaar bestaan zonder bestuur die het overzicht houdt, de financiën beheert, de continuïteit bewaakt, zorgt voor de PR en de leden en commissies met elkaar verbindt. Een koor is meer dan samen zingen. En dat geldt niet alleen voor de muziek: een koor heeft structuur nodig.

In het jubileumjaar vormen Will Kolenbrander, Piet Brand, Johan Zwezerijnen en Ron van Oostrum het bestuur van Fulco’s Regionaal Mannenkoor. “Wij zijn de haarlemmerolie van het koor”, lachen de mannen. En daar hebben ze aardig wat (vrijwilligers)werk aan. “Een secretaris en extra bestuursleden zijn welkom, zodat we de taken beter kunnen verdelen.” Achter de schermen van het koor gebeurt veel. Piet is de stuwende kracht achter de ledenadministratie en de financiën. “Zonder geld geen mogelijkheden”, constateert hij. “De vaste lasten en projecten moeten betaald worden en de contributie moet geïnd worden.” Door gedegen bestuur konden projecten als Vlucht door de Wereldculturen, Italië aan de IJssel en het jaarlijkse Korenfestival gerealiseerd worden. “Wat begint met een idee, wordt moet uitgewerkt tot een solide plan met kostenraming. Dat kost tijd, maar we hebben het al 25 jaar goed gedaan.” Naar buiten treden en naam maken is belangrijk voor het koor. “Doe je dat niet, dan ben je als koor binnen 5 jaar buiten beeld. Tegelijkertijd werken we aan ons imago. Niks sigaren, zakhorloges en dito repertoire: wie onze uitvoeringen en projecten bijwoont weet wel beter. Zo is het korenfestival een laagdrempelig evenement, waarbij de historische binnenstad bruist van zang van 35 koren uit het hele land.” Voorzitter Will werkt aan de continuïteit van het koor. “We hebben 60 leden. Dat aantal mag groeien, want de klank van een mannenkoor komt het best tot zijn recht met minimaal 70 zangers. Met extra leden kunnen we ook eventuele uitval -hooguit door gezondheid of verhuizing- opvangen. Maar behalve trouwe leden hebben we ook nieuwe jongere leden nodig; het koor mag niet verouderen, ook al is dat een landelijke trend.” Het is een jubileumwens: “ De gemiddelde leeftijd mag wat ons betreft naar 55 jaar.” En over het excuus ‘Ik kan niet zingen’: “Dat bepaalt onze dirigent wel”, lacht Will. De repetities combineren ‘werken’ met de gezelligheid van mannen onder elkaar. “Dat blijkt wel tijdens bijeenkomsten buiten de repetities en uitvoeringen.” Met een stoffig repertoire wordt korte metten gemaakt. “We zijn niet gemaakt voor popmuziek”, vertellen Johan en Ron. “Maar dirigent Michel de Valk is breed georiënteerd. Hij zoekt muziek die bij ons past, voorzien van een ‘nieuw sausje’. Zo zongen we ‘Mag ik dan bij jou’ van Claudia de Breij tijdens de 4 meiherdenking. Zelfs een enkel musicalnummer past in ons repertoire. Vernieuwen is verjongen.” Ambities voor het jubileumjaar: “Het behouden van de B-status, deelnemen aan landelijke concoursen en continuïteit; minstens tot het volgende lustrum, met meer leden en een lagere gemiddelde leeftijd.”

En natuurlijk: 'Een prachtig jubileumconcert met professionele musici en solisten'